top of page

De schuld die op geen enkele balans staat

  • Foto van schrijver: HUMA Advisory
    HUMA Advisory
  • 21 jul
  • 4 minuten om te lezen

Waarom de ene organisatie groei aankan en de andere eraan onderdoor gaat


Toen Koninklijke Paardekooper Group in augustus 2025 uitstel van betaling aanvroeg en kort daarna failliet werd verklaard, wees vrijwel iedereen naar de financiële balans. Een reeks overnames gefinancierd met veel vreemd vermogen. Een rente die onvoldoende was afgedekt. Vastgoed dat werd verkocht en teruggehuurd om verdere expansie mogelijk te maken. Het zijn allemaal valide verklaringen.


En toch vertelt die balans maar de helft van het verhaal.


Wie de reconstructies leest, ziet een tweede schuldenlast ontstaan. Overgenomen bedrijven bleken moeizaam te integreren. De snel gegroeide organisatie werd steeds lastiger bestuurbaar. Problemen in inkoop, voorraadbeheer en besluitvorming stapelden zich op. Elke post op die financiële balans was ooit een besluit. Iemand besloot de rente niet vast te zetten. Iemand besloot door te kopen terwijl de integratie haperde. Die besluitkwaliteit staat nergens geregistreerd. Dat is de schuld die Paardekooper uiteindelijk fataal werd — en die op geen enkele balans stond.


HUMA teamfoto

Elke groeiende organisatie leent — ook zonder bank


Binnen de softwareontwikkeling bestaat al decennialang het begrip technical debt. Ontwikkelaars kiezen soms bewust voor snelheid boven perfectie. De software werkt, maar onder de oppervlakte ontstaat een achterstand die later moet worden ingelopen — vaak tegen hogere kosten. Ondernemer en Stanford-docent Steve Blank vertaalde dit principe naar organisaties: organizational debt zijn alle uitgestelde keuzes in leiderschap, structuur, governance en besluitvorming die groei tijdelijk versnellen, maar op termijn het aanpassingsvermogen verminderen.


Die schuld is niet per definitie negatief. Geen enkele scale-up begint met een perfect organisatiemodel. Rollen lopen door elkaar, governance groeit pas mee wanneer de organisatie daarom vraagt en de oprichter combineert functies zolang dat kan. Juist daardoor kan snel worden ondernomen. Maar er is een beslissend verschil met financiële leverage: financiële schuld staat in iedere boardpack. Organisatorische schuld verschijnt vrijwel nergens — tot het moment waarop de rekening wordt gepresenteerd.


Dat overkwam niet alleen Paardekooper. VanMoof groeide jarenlang explosief maar worstelde uiteindelijk met operationele beheersing en uitvoerkracht. Northvolt liep vast nadat de organisatie op te veel fronten tegelijk probeerde op te schalen. In geen van beide gevallen was kapitaal het eerste probleem.


Wat eerst kracht was, wordt beperking


Zoals financiële schuld rente kent, kent organisatorische schuld haar eigen prijs. Besluiten duren langer omdat rollen onduidelijk zijn. Afdelingen ontwikkelen eigen werkelijkheden. Sleutelfiguren worden onmisbaar. Overleggen vervangen besluitvorming. Harvard-professor Larry Greiner beschreef dit mechanisme al in 1972: organisaties groeien via opeenvolgende fasen die elk eindigen in een voorspelbare crisis. Wat de vorige fase succesvol maakte, wordt in de volgende fase de beperking. Professionaliseren is dan geen keuze meer, maar een noodzakelijke herfinanciering van de organisatie.


Het risico verdiept zich wanneer organisaties op dat moment juist méér initiatieven starten. Bruch en Menges beschreven in Harvard Business Review de acceleration trap: organisaties die structureel meer veranderinitiatieven opstarten dan hun organisatie kan dragen, souperen zo precies de besliscapaciteit op die ze voor die initiatieven nodig hebben. Niet de strategie mislukt — de organisatie raakt overbelast.


Harvard-hoogleraar Amy Edmondson liet zien dat teams waarin mensen fouten en risico's durven te benoemen, aantoonbaar sneller leren en beter presteren. Andersom geldt hetzelfde: organisaties waar die openheid ontbreekt, nemen structureel slechtere besluiten — juist op de momenten dat het er het meest toe doet. De informatie die de top had moeten bereiken over de haperende integratie, de oplopende voorraad, de overspannen besluitvorming — bleef bij Paardekooper kennelijk te lang onzichtbaar.


Hoe het wél werkt


Dan Constellation Software. Het Canadese bedrijf realiseerde honderden overnames zonder de uitvoerkracht te verliezen — niet omdat iedere deal financieel perfect was, maar omdat consequent wordt geïnvesteerd in leiderschap, autonomie, cultuur en heldere governance. Overgenomen bedrijven blijven autonoom opereren. De organisatorische schuld van de target wordt niet overgenomen en opgestapeld, maar bewust beperkt gehouden. De menselijke kant geldt er niet als 'soft', maar als voorwaarde om financiële waarde daadwerkelijk te realiseren.


Dichter bij huis laat Visma hetzelfde patroon zien. De Noorse softwaregroep groeide in de Benelux van één bedrijf en 200 medewerkers in 2018 naar bijna 4.000 medewerkers en 38 bedrijven. "Het grote verschil is dat Visma zich organiseert rond de bedrijven zelf, in plaats van andersom," aldus Area Director Benelux John Reynders. Beide organisaties stellen dezelfde vraag die de meeste kopers overslaan: hoe goed beslist deze organisatie als wij er niet bij zijn?


De tweede balans opmaken


Het opmaken van die tweede balans is niet voorbehouden aan overnamesituaties. De DGA die een volgende vestiging opent, het managementteam dat een transformatie start, de scale-up die professionaliseert — allemaal doen er verstandig aan eerst het werkelijke draagvermogen vast te stellen.


Maar nergens telt die balans zo hard door als bij fusies en overnames. Geen enkele investeerder neemt een onderneming over zonder de financiële schuldpositie tot achter de komma te kennen. Informele machtsstructuren, leiderschapskwaliteit, sleutelfiguren waarop te veel rust, cultuurverschillen — deze factoren blijven in de dataroom vrijwel altijd buiten beeld. Terwijl Harvard Business Review schat dat 70 tot 90 procent van de overnames de beoogde waarde niet volledig realiseert, en de oorzaak zelden in de financiële analyse ligt maar bijna altijd in de menselijke en organisatorische executie daarna.


Bij HUMA Advisory noemen wij dit human due diligence: een gestructureerd onderzoek naar de organisatorische schuld en besliscapaciteit van een organisatie — voordat wordt geïnvesteerd, geïntegreerd of opgeschaald. Niet als HR-exercitie, maar als strategisch boekenonderzoek. Want uiteindelijk bepaalt niet de strategie of een organisatie groeit, en ook niet de financiering. De doorslaggevende vraag is of de organisatie de groei daadwerkelijk kan dragen.


De vraag is dus niet óf u Human Due Diligence nodig heeft. De vraag is hoeveel waarde u bereid bent op het spel te zetten zonder die tweede balans zichtbaar te maken.

Benieuwd wat er op de tweede balans van uw organisatie staat? Neem contact op met HUMA Advisory of doe de Groeifasecheck.


Opmerkingen


bottom of page